AVG
Een belangrijk onderdeel voor alle zorgprofessionals is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Deze wet is in mei 2018 van kracht geworden.
Het niet naleven van de AVG kan tot aanwijzingen maar ook tot hoge boetes leiden.
Als zorgprofessional heb je hier dagelijks mee te maken, je hebt immers een medisch beroepsgeheim. Het betekent dat je in principe geen medische gegevens van patiënten aan derden mag doorgeven. Hierop zijn wel uitzonderingen bijvoorbeeld wanneer de patiënt toestemming heeft gegeven.
Met wie mag je patiëntgegevens delen?
Patiëntgegevens mag je delen met degenen die rechtstreeks betrokken zijn bij de behandeling van de patiënt. Dit kunnen andere zorgverleners, secretaresses of financieel medewerkers zijn.
Let op: Je mag de gegevens alleen delen als dit noodzakelijk is voor de behandeling van de patiënt.
Digitale uitwisseling patiëntengegevens:
Wanneer je gegevens van de patiënt digitaal deelt moet je de patiënt hierover informeren en toestemming vragen. Je moet ook kunnen aantonen dat je daadwerkelijk toestemming van de patiënt hebt gekregen met het bewijs daarvan. De organisatie waar je werkzaam bent heeft een verantwoordingsplicht. Dit betekent dat de organisatie moet kunnen aantonen dat de juiste technische en organisatorische maatregelen zijn genomen om persoonsgegevens van de patiënten te beveiligen.
Bijvoorbeeld:
- Dat er niet meer persoonsgegevens worden verwerkt dan noodzakelijk.
- Het beperken van toegang van medewerkers.
- Gegevens niet langer bewaard worden dan noodzakelijk
In de AVG staan een aantal verplichte maatregelen genoemd waarmee je aan je verantwoordingsplicht voldoet.
Zorgaanbieders moeten ook extra maatregelen nemen. Onder andere:
- De richtlijnen van de NEN 7510 moeten gevolgd worden.
- De organisatie houdt bij van de medewerkers wanneer hij/zij een een dossier heeft bekeken.
- De organisatie houdt bij welke medewerkers toegang moeten hebben tot welke gegevens.
- De organisatie kan verplicht zijn om een functionaris aan te stelen die de verwerkingsactiviteiten bijhoudt.
Je mag als zorgverlener patiëntgegevens delen met andere zorgverleners die rechtstreeks bij de behandeling van jouw patiënt betrokken zijn. Als je dit doet via een elektronisch uitwisselingssysteem of het LSP, dan heb je daarvoor toestemming nodig van de patiënt.
Wanneer mag je informatie delen?
Hiervoor moet je rekening houden met wat voor een patiënt je voor je hebt. Leeftijd en wilsbekwaamheid is hierbij van belang. De wet geneeskundige behandelingsovereenkomst regelt de relatie tussen patiënt en zorgverlener o.a. dat de patiënt opdrachtgever is tot zorg, dat hij recht heeft op informatie en dat daartoe de zorgverlener de patiënt in begrijpelijke taal vertelt wat er aan de hand is, welke behandeling nodig is en welke risico’s daaraan zijn verbonden. Eventueel behoort de zorgverlener op alternatieven te wijzen, en hij mag de patiënt alleen behandelen als deze daartoe toestemming geeft. Ook is de zorgverlener verplicht een medisch dossier bij te houden over de behandeling en de gezondheidstoestand van de patiënt. De patiënt heeft recht op inzage in zijn medisch dossier.
Er zijn volgens de WGBO verschillende categorieën patiënten:
Minderjarigen tot 12 jaar.
Voor een onderzoek of behandeling van een kind jonger dan 12 jaar is toestemming van de ouders/voogden vereist. Ouders/voogden moeten goed geïnformeerd zijn en hebben het recht op informatie in het belang en bij meerwaarde van de behandeling. Het kind hoeft zelf geen toestemming te geven, maar heeft wel recht op informatie. De hulpverlener moet de inhoud van de informatie en de wijze waarop hij deze geeft, afstemmen op het bevattingsvermogen van het kind.
Minderjarigen van 12 tot en met 15 jaar.
Hiervoor geldt als hoofdregel dubbele toestemming voor het delen van informatie, dat wil zeggen dat toestemming van de ouders/voogden én de jongere is vereist. Op deze hoofdregel bestaan twee uitzonderingen waarbij toestemming van de minderjarige voldoende is. De hulpverlener kan ervoor kiezen om geen toestemming/informatie te vragen/delen met ouders/voogden als dit ernstig nadeel meebrengt voor de patiënt.
Voorbeelden hiervan zijn de behandeling van een geslachtsziekte en het voorschrijven van de pil. De hulpverlener is in deze gevallen niet verplicht om de ouders/voogden in te lichten. Ook hoeft de hulpverlener aan hen geen toestemming te vragen. De hulpverlener kan er ook voor kiezen om geen toestemming/informatie te vragen/delen met ouders/voogden als dit een weloverwogen wens van de jongere is.
Minderjarigen van 16 en 17 jaar.
Jongeren van 16 en 17 jaar hebben een zelfstandig recht op informatie. Toestemming voor een behandeling moeten zij zelf geven. De geheimhoudingsplicht geldt (ook) tegenover hun vertegenwoordigers. Er mag geen informatie worden verstrekt aan derden zonder toestemming van de patiënt zelf.
Minderjarigen wilsonbekwamen (van 12 tot 18 jaar).
Alle minderjarigen die niet in staat zijn tot een redelijke afweging van zijn/haar belangen ter zake worden vertegenwoordigd door ouder(s) e/o voogd(en). Het recht op inlichtingen, inzage en afschrift en vernietiging worden door hen uitgeoefend. Informatie mag dus worden gedeeld met de vertegenwoordiger voor zover dit nodig is om beslissingen te nemen. De minderjarige moet voor zover dat mogelijk is, in voor zijn begrip begrijpelijke wijze, ingelicht worden.
Scheiden van ouders van minderjarigen
Na echtscheiding behouden in beginsel beide ouders het ouderlijk gezag. Beiden blijven dan wettelijk vertegenwoordiger en hebben evenveel recht op informatie over de behandeling en de gezondheidstoestand van het kind. De rechter kan bij de echtscheiding het gezag aan één ouder toewijzen. De gezagdragende ouder is dan wettelijk vertegenwoordiger. De niet-gezagdragende ouder treedt dan niet meer op als vertegenwoordiger en beslist dan niet meer mee over de behandeling en heeft niet meer de aan dat beslissingsrecht gekoppelde rechten (zoals recht op inzage). Hij/zij heeft wel recht op globale informatie (géén inzage recht!). De arts hoeft hiervoor geen toestemming te vragen aan de gezaghebbende ouder, maar het moet ook hier weer in het belang van het kind zijn.
Meerderjarige wilsonbekwamen.
In beginsel oefent de meerderjarige patiënt zelf al zijn patiëntenrechten uit. Indien een meerderjarig persoon echter niet in staat is tot een redelijke afweging van zijn belangen ter zake (wilsonbekwaam is) kan een ander namens hem/haar optreden als vertegenwoordiger. De WGBO hanteert een rangorde om te bepalen wie als vertegenwoordiger aangemerkt moet worden:
- Curator of mentor (door de rechter benoemd)
- De schriftelijk gemachtigde
- De echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel
- Ouder, kind, broer of zus.
De vertegenwoordiger wordt slechts geïnformeerd voor zover dit nodig is om beslissingen te nemen.
Meerderjarige wilsbekwame.
De meerderjarige patiënt heeft recht op informatie en inzage met betrekking tot zijn eigen dossier. Er mag zonder toestemming van de patiënt zelf geen informatie worden gedeeld met derden.
Overleden patiënt en verzoek tot informatie door derden of familie.

