Contextuele factoren

Tijdens het triëren is het belangrijk om met een aantal factoren rekening te houden. Sommige factoren bepalen namelijk of de urgentie verhoogd, of juist verlaagd moet worden. Dit zijn contextuele factoren.  

 

Recente operatie of opname. Denk hierbij na wie de juiste zorg kan bieden en op welke plek. Is dat thuis? Dan is het voor de huisarts of huisartsenpost. Is dat in het ziekenhuis? Dan is het afhankelijk van de specialist of dat op de SEH is of tijdens kantooruren op de poli plaatsvindt.  

 

Communicatieproblemen of onduidelijke hulpvraag 
Denk hierbij aan de patiënten die op vakantie zijn in Nederland. Soms is triage in het Engels een optie. Ook de mensen die geëmigreerd of gevlucht zijn naar Nederland kunnen moeite hebben met de Nederlandse taal. Denk bij communicatieproblemen niet alleen aan mensen die de taal niet goed spreken door een emigratieachtergrond. Denk hierbij ook aan de laaggeletterden en mensen met een verstandelijke beperking.

Patiënten die zelf niet goed de klacht kunnen omschrijven of geen duidelijke hulpvraag kunnen stellen zijn lastig te triëren. Vraag vooral het toestandsbeeld goed uit. Bekijk zorgvuldig de voorgeschiedenis en medicatiegebruik. Laat meewegen of iemand veel belt of juist voor het eerst en probeer erachter te komen of er een sociaal vangnet is of iemand in de buurt die het gesprek over kan nemen om tot de juiste urgentie te komen. Waarom lukt een goede triage niet? Taalbarrière? Patiënt die niet meewerkt? Vragen die onbeantwoord blijven? Vergeet in deze niet na te denken over kindermishandeling, mishandeling en ouderenmishandeling.  

 

 

Geen mantelzorg
Voor sommige mensen, zeker ouderen of mensen met een beperking, is er geen familie of iemand die zich over de patiënt ontfermt. In sommige gevallen bellen deze patiënten vaker de huisarts of huisartsenpost. Let wel: ga er niet vanuit dat het ‘weer niks is…’. Elke patiënt belt met een reden, zorg altijd voor een goede verslaglegging en kijk hoe je de patiënt zo goed mogelijk kan helpen. Denk hierbij ook aan thuiszorg of frequent bezoek huisarts.    

 

Ernstige onrust
Soms zijn mensen extreem ongerust of is er extreme onrust in een thuissituatie of op locatie. Probeer daar altijd aandacht voor te hebben. ‘Wat is de reden dat…?’ Vul niet in, vraag na. Een voorbeeld kan zijn: Een kind met koorts zonder problemen in de ABCDE en een U5 urgentie als uitkomst en deze ouders hebben eerder een kind verloren door ziek zijn met koorts. Deze ongerustheid kan je nooit wegnemen. Een beoordeling is dan over het algemeen de enige optie. In de terminale fase is er vaak ook onrust bij de familie als zaken niet goed uitgelegd zijn. Soms is het niet goed mogelijk iemand volledig comfortabel te krijgen met medicatie. Een taak van de huisarts is dan goede uitleg. Probeer altijd te achterhalen wat de reden is van de onrust en reden van bellen.

Winkelwagen