Contextuele factoren en alarmsignalen

Tijdens het triëren is het belangrijk om met een aantal factoren rekening te houden. Sommige factoren bepalen namelijk of de urgentie verhoogd, of juist verlaagd moet worden. Dit zijn contextuele factoren.

Wat zijn alarmsignalen tijdens triage?

Tweede keer contact met de huisartsenpraktijk of huisartsenpost.
Daarom is het belangrijk om duidelijke notities in het patiëntendossier te maken, ook als het een contact betreft met eigen huisarts of juist met de huisartsenpost. Een compleet dossier geeft veiligheid, en vaak ook duidelijkheid over de patiënt. Een tweede contact is altijd rede tot overleg met een huisarts of behandelend specialist.

Een tweede contact moet binnen 72 uur plaatsvinden.

Hevige pijn, angst of onrust.
Tijdens triage is de NHG-wijzer of NTS module niet volledig leidend. Deze houdt geen rekening met:
– Hoe klinkt de patiënt?
– Hoe is de thuissituatie?
– Is de patiënt alleen?
– Is iemand veilig?

Hoe is de situatie? Probeer hier altijd duidelijkheid over te krijgen. Wat maakt iemand angstig? Wat maakt iemand ongerust?

Snelle verslechtering van de conditie.
Bij twijfel, altijd een nieuwe ABCD check doen en uitleg geven aan de patiënt waarom je dat ‘alweer’ doet.
“Ik stel een aantal vragen nogmaals, om echt een duidelijk beeld te krijgen hoe uw situatie is…”

Luister naar de patiënt, stel gericht vragen en vraag door op de antwoorden.

Niet pluis gevoel van de zorgprofessional.
Luister altijd naar je gevoel, het gevoel dat er ‘iets’ niet klopt, kan zomaar betekenen dat er meer aan de hand is. Een patiënt kan soms niet duidelijk genoeg omschrijven wat zijn of haar klachten zijn, of begrijpt de triagevragen niet. Denk hierbij ook aan taalbarrières en zwakbegaafdheid.

Denk te allen tijde na of er sprake kan zijn van kindermishandeling, huiselijk geweld of ouderenmishandeling. Bij een verdenking overleg altijd met de huisarts.

Het houdt niet op niet vanzelf!

 

Winkelwagen