Pijn, iedereen heeft het wel eens. Maar waar komt het door? Wat is de oorzaak? Wat als de pijn toeneemt? Wat zijn de gevolgen? Hoe kan je de pijn verhelpen of onderdrukken? Waarom reageert niet iedereen hetzelfde bij pijn?
Pijn is subjectief, pijn meten is lastig. Gedrag van de patiënt kan wel beoordeeld worden. Dit is altijd naar oordeel van de hulpverlener! Zie het volgende filmpje met uitleg.
Pijnbeoordeling
Voor een goede pijnbeoordeling zijn verschillende vragen noodzakelijk: – Sinds wanneer is de pijn? – Is het acuut ontstaan of langzaam aan steeds erger geworden? – Hoe gedraagt iemand zich? – Kan iemand zijn dagelijkse bezigheden nog doen of zijn er belemmeringen? Bij chronische pijn betrekt de arts vaak meerdere factoren die de pijn beïnvloeden. De arts kan hierbij gebruik maken van SCEGS. Dit zijn vijf dimensies die mogelijk een rol spelen bij de pijn:
- Somatische dimensie Bij deze dimensie bekijkt de arts wanneer de pijn is begonnen en waar de pijn zit. Hij of zij kan vragen stellen naar het verloop van de pijn en eventuele uitstraling naar andere lichaamsdelen.
- Cognitieve dimensie Bij de cognitieve dimensie probeert de arts te achterhalen of de patiënt een oorzaak of verklaring heeft voor de pijn. Daarnaast is het belangrijk om te bekijken welke verwachting iemand heeft over het beloop van de pijn en een eventuele behandeling.
- Emotionele dimensie De emotionele dimensie betrekt gevoelens, zoals ongerustheid en angst. Zijn deze factoren van invloed op de pijn of beïnvloedt de pijn juist het psychische welzijn?
- Gedragsdimensie Hierbij gaat het om het gedrag van de patiënt. Hoe ga je om met pijn, vermijd je bepaalde bewegingen of activiteiten om de pijn te ontwijken of een bepaald lichaamsdeel te ontlasten?
- Sociale dimensie Bij de sociale dimensie kijkt de arts vanuit een breder perspectief welke gevolgen de pijn heeft in het sociale leven. Bij de dimensie is het tevens van belang om te achterhalen in hoeverre de (sociale) omgeving van invloed is op de pijnbeleving.
Met behulp van deze dimensies kan de arts bepalen in hoeverre iemand beperkt wordt door pijn. Aanvullend lichamelijk onderzoek kan uitwijzen of een verdere behandeling nodig is.
