Verminderde weerstand
Patiënten met een verminderde weerstand vallen ook onder een risicogroep. Door het nakijken van voorgeschiedenis en medicatie, of er gericht naar te vragen maak je een inschatting of de weerstand verminderd is. Iemand die vaak verkouden is of algehele malaise heeft zonder diagnose of medicatie valt niet onder verminderde weerstand.
Onder een verminderde weerstand vallen in ieder geval de groepen:
- Transplantatiepatiënten
- Miltextirpatie
- Gebruik immunosuppressiva
- Chemotherapie
Transplantatiepatiënten
Wanneer iemand een transplantatie heeft ondergaan wordt over het algemeen levenslang afweer onderdrukkende medicatie gebruikt. Voorbeelden van medicamenten die transplantatie patiënten gebruiken zijn:
- Ciclosporine (calcineurineremmers)
Profylaxe van de afstoting van een getransplanteerd orgaan (nier, lever, hart, hart-long, long, pancreas, nier-pancreas) als monotherapie of in combinatie met lage doses corticosteroïden of andere immunosuppressiva.
Preventie van de transplantaatafstoting na allogene beenmerg- en stamceltransplantatie. - Prednison (corticosteroïd)
Na een transplantatie wordt prednison gebruikt om het immuunsysteem te onderdrukken, zodat het lichaam het nieuwe orgaan niet als vreemd ziet.
Wanneer een patiënt medicatie gebruikt die je niet kent, kijk dan altijd in het farmacotherapeutisch Kompas.
Miltextirpatie ‘milt verwijderd’
Als een milt verwijderd is of niet goed werkt heeft iemand meer risico’s op ernstige infecties. De milt speelt een belangrijke rol in het immuunsysteem. Vaak hebben patiënten preventief anti biotica of anti biotica in huis om direct te starten bij een infectie.
Gebruik immunosuppressiva
Wanneer iemand een immunosuppressiva gebruikt hebben zij een verhoogd risico op infecties. Wanneer deze worden gebruikt is de urgentie in geval van ziekzijn minimaal U2.
Voorbeelden van ziektes waar de arts kan besluiten om immunosuppressiva te starten zijn:
- Multiple Sclerosis (MS)
- Lupus (SLE)
- Zieke van Crohn
- Colitis ulcerosa
- Reumatoïde artritis
- Psoriasis
- Systemische sclerose (bij gewricht en spierontstekingen)
- Bepaalde vormen van kanker: hematologische maligniteiten zoals leukemie en lymfomen
Houdt bij deze groepen er rekening mee dat zij soms niet dagelijks maar wekelijks , maandelijks , of een andere tussenpozen hebben waarop de medicatie wordt toegediend. Dit kan oraal , subcutaan , intramusculair en intraveneus.
Voorbeelden van medicatie zijn o.a:
- Methotrexaat
- Adalimumab
- Infliximab
- Ocrelizumab
De meeste immunosuppressiva eindigen op MAB of NIB. Patiënten gebruiken vaak de fabrieksnaam. Die eindigen over het algemeen nooit op MAB of NIB.
Chronische ziekten
Bepaalde chronische ziekten zijn urgentie verhogend. De context en de uitkomst van de ABCD en het toestandsbeeld zijn bepalend of het urgentie verhogend is. Bij twijfel altijd overleg met de huisarts.
Wees altijd alert bij:
- Ziekte van Addison
- Diabetes
- Hartfalen
- Nierfalen
- Het gebruik van corticosteroïden
Tot voorkort waren hoge leeftijd en zwangerschap ook risicogroepen.
Ongeacht of een patiënt wel of niet in een risicogroep valt is het altijd noodzakelijk om zelf na te blijven denken. Pas na volledige triage moet je nadenken of de urgentie passend is bij de situatie.
Hoge leeftijd
Bij sommige ingangsklachten is hoge leeftijd een urgentie verhogende factor. Houdt hier tijdens je triage te allen tijde rekening mee. Dit is per ingangsklacht verschillend. Afhankelijk van de situatie verhoog je de urgentie. Een oudere breekt bijvoorbeeld sneller iets bij een val. Ook hebben oudere patiënten vaak medicijnen die van invloed kunnen zijn op de urgentie.
Zwangerschap
De urgentie van een zwangere vrouw is afhankelijk van de duur van de zwangerschap. Vraag het toestandsbeeld goed en volledig uit. Is het van belang om te weten of een vrouw zwanger is of kan zijn? Heeft de klacht/aandoening effect op de zwangere vrouw of het ongeboren kind?

—
