Wanneer je start met je gesprek, is de openingszin die je gaat gebruiken, net als de rest van je gesprek, gestructureerd. Weet wel: elk gesprek is uniek. Je kunt geen lijstje oplezen en de antwoorden verwerken. Je anticipeert op wat de patiënt of melder je zegt. Door een paar standaardzinnen in het gesprek te hanteren, verloopt het gesprek soepel.
Tijdens het opnemen van een telefoongesprek is het van groot belang dat je een vaste openingszin gebruikt, zodat je gestructureerd je gesprek opent.
Een voorbeeld hiervan is: goedemorgen, goedemiddag, goedenavond (afhankelijk van het tijdstip), je naam, je functie en eventueel: wat kan ik voor u doen?
Fase 1 Intake – De patiënt zelf aan de lijn
Wanneer je je openingszin hebt uitgesproken, komt er vanaf de andere kant van de lijn een respons.
Wie heb je aan de lijn? Patiënt zelf? Familie? Kennissen? Zorg?
Is er een naam genoemd? Alleen een voornaam? Of ook een achternaam? Of alleen een achternaam? Is er direct begonnen met het antwoord op ‘Wat kan ik voor u doen?’ En is er nog helemaal geen naam genoemd?
Hoe klinkt degene aan de andere kant van de lijn? Hoor je emoties? Is er op de achtergrond geluid hoorbaar? Mensen? Televisie?
Wordt er direct antwoord gegeven op ‘Wat kan ik voor u doen?’ Is de hulpvraag van de patiënt of melder bekend? Wat kun je al noteren in het huisartsenpostinformatiesysteem?
Wanneer je de patiënt of melder hebt aangehoord, ga je over op de vragen die betrekking hebben op de ABCD en het toestandsbeeld. Bij twijfel over een hoogurgente situatie onderbreek je direct om te starten met de ABCD en het toestandsbeeld.
Wanneer je de telefoon hebt opgenomen en de openingszin hebt uitgesproken, is het van belang dat je let op de volgende punten:
Patiënt zelf aan de lijn? Ja? Hoe klinkt de patiënt?
Patiënt niet zelf aan de lijn? Vraag of de patiënt zelf aan de lijn kan komen.
Op het moment dat je iemand niet zelf aan de lijn kunt krijgen: wat is daarvan de reden?
Leeftijd?
Taalbarrière?
Slechthorend?
Te ziek?
Bewusteloos?
Verstandelijke beperking?
Palliatief of terminaal?
Luister in de openingsfase van het gesprek niet alleen naar degene in het gesprek, maar ook naar wat je op de achtergrond hoort.
Achtergrondgeluid?
Familie/kennissen?
Televisie/radio?
Binnen/buiten?
Gestructureerd gesprekken voeren
De opening van een gesprek
Goedemorgen / Goedemiddag,
Met … <je naam>,
Huisartsenpraktijk … <naam praktijk>.
Wat kan ik voor u doen? (Hulpvraag?)
Wanneer je je gesprek gestructureerd opent en eindigt met ‘Wat kan ik voor u doen?’, weet je vaak direct de hulpvraag. Van belang is om na te denken over je overgangszinnen.
Bijvoorbeeld: als je weet dat de patiënt belt voor het maken van een afspraak, kun je zeggen: “Ik ga kijken hoe ik u zo goed mogelijk kan helpen” of “Ik ga u veel vragen stellen om te kijken wat voor u het beste is” of “Wat zijn uw klachten op dit moment?”
Probeer de patiënt/melder uit te laten praten, tenzij je twijfelt over een hoogurgente situatie.
Structuur creëren en behouden tijdens je triage is het allerbelangrijkste.
Wanneer je jezelf aanleert een vaste volgorde aan te houden tijdens je gesprek, wordt de kans dat je iets mist kleiner. Daarnaast vraag je op deze manier ook volledig uit en beschik je over alle noodzakelijke informatie wanneer je bijvoorbeeld een patiënt moet overdragen aan een andere zorgprofessional.
Punten van de kernset InEen
De triagist vraagt de patiënt zelf aan de lijn
Medisch
Toelichting
Om duidelijke informatie te krijgen over de toestand van de patiënt, is het van het grootste belang de patiënt zelf aan de telefoon te krijgen. Op deze wijze kan een beter beeld worden verkregen van de ABCD(E)-stabiliteit en de mate van pijn en ziek zijn.
Hoorbaar piepen, kortademigheid, verward of traag reageren zijn in dat kader voor de triagist belangrijke waarnemingen.
Ook het antwoord op de vraag waarom een patiënt niet zelf aan de telefoon kan komen, kan helpen meer inzicht in het toestandsbeeld van de patiënt te krijgen.
In sommige situaties is het nuttig om iemand anders dan de patiënt zelf (ook) even aan de lijn te vragen om meer objectieve informatie te vergaren over eventuele circulatieproblemen van de patiënt.
Beschrijving optimaal handelen
De triagist achterhaalt de reden als de patiënt niet zelf aan de lijn kan komen en neemt die mee in de vaststelling van de ABCD(E)-stabiliteit. Waar relevant doet de triagist – voordat de patiënt zelf aan de lijn komt – een korte ABCD(E)-check bij de melder.
Als de patiënt niet of beperkt in staat is adequate informatie te geven, dan vraagt de triagist de melder weer terug aan de lijn om antwoord te krijgen op de essentiële vragen.
Goedkeurcriteria (Score 4)
Er is gehandeld zoals beschreven bij ‘optimaal handelen’;
Er is sprake van een patiëntveilige situatie; een stabiele situatie van de vitale functies van de patiënt.
Afkeurcriteria (Score 1)
Er is geen actie ondernomen om de patiënt zelf aan de telefoon te krijgen;
De patiënt zelf wordt onvoldoende gebruikt om de ABCD(E)-stabiliteit en het toestandsbeeld van de patiënt vast te kunnen stellen;
Er is sprake van een risicovolle en/of onveilige situatie voor de patiënt.
Score niet van toepassing
Dit item scoort niet van toepassing als de melder en de patiënt één en dezelfde persoon zijn of als het onmogelijk is om met de patiënt zelf te praten (kinderen, mensen met een verstandelijke beperking, slechthorenden, patiënten buiten bewustzijn, taalbarrière).
We gaan nu even kort in op de ABCDE maar later in de E-learning komt de hele ABCDE uitgebreid als grote les. De ABCDE hoort bij de 1e fase van het gespreksmodel.
ABCD en het toestandsbeeld
Het uitvragen van de ABCD en het toestandsbeeld is een verplicht onderdeel van triage. Het tijdstip van ontstaan van klachten is belangrijk. Stel gerichte vragen, vraag door en denk na of een vraag noodzakelijk is. Contextdenken is hierbij het moeilijkst.
Belangrijke vragen zijn:
Wat zijn de klachten of wat is er gebeurd?
Wanneer zijn de klachten begonnen?
Is de patiënt alert en zelf aan de lijn?
Hoe gaat het ademhalen?
Is er sprake van bloedverlies?
Is er verandering in kleur of huid?
Is er urineproductie?
Is iemand misselijk, duizelig, zweterig of angstig?
Hoe ziek is de patiënt, bijvoorbeeld koorts?
Wat kan iemand nog zelfstandig?
Zijn er andere klachten?
Is de klacht nieuw of bekend?
Is er al iets gedaan of ingenomen?
Let altijd op of iets acuut is of niet en of er sprake is van langzame of snelle achteruitgang.
Bij hoogurgente situaties staat snelheid voorop en wijk je af van het gespreksmodel. Denk steeds of er sprake is van bedreiging van vitale functies.
Airway
Controleer of de luchtweg vrij is. Let op bijgeluiden, benauwdheid en allergische reacties. Bij een bedreigde luchtweg direct handelen.
Breathing
Beoordeel de ademhaling. Let op frequentie, kortademigheid en of iemand nog kan spreken. Ernstige benauwdheid wijst op hoge urgentie.
Circulation
Let op bloedverlies, kleur van de huid en tekenen van shock zoals zweten, snelle hartslag en sufheid.
Disability
Beoordeel het bewustzijn. Bij een stoornis is snelle actie nodig. Denk aan oorzaken zoals hypoglykemie of neurologische problemen.
Exposure en environment
Beoordeel temperatuur, pijn en omgevingsfactoren. Kijk altijd naar het totale toestandsbeeld.
De punten uit de kernset InEen
Punt 3
De triagist vraagt adequaat de ABCD(E)-criteria uit en trekt de juiste conclusie
Medisch
Toelichting
De ABCD(E)-check is een betrouwbare en gestructureerde methodiek die uitsluitsel geeft over de stabiliteit van de patiënt. Het is belangrijk eerst een beeld te krijgen van de vitale functies , organen en ledematen en deze te beoordelen aan de hand van de ABCD(E)-criteria. Bij instabiliteit van A, B, C, D of E kan de triagist besluiten onmiddellijk een vervolgactie in gang te zetten en daarná het gesprek af te maken. De vitale functies dienen altijd beoordeeld te worden, maar niet altijd op dezelfde manier. Ook bij een schijnbaar onschuldige klacht kunnen andere klachten meespelen waarbij bedreiging van de vitale functies wél aan de orde is. Het is daarom van belang gesprekken altijd te verbreden: hoe is het verder? Wat is er gebeurd? Zijn er andere klachten? In op het eerste gehoor urgente problematiek zal de ABCD(E)-check gerichter plaatsvinden. Onder bepaalde voorwaarden kan worden volstaan met een deels impliciete ABCD(E)-check.
Beschrijving optimaal handelen
- De triagist vraagt ABCD(E)-criteriauit en trekt de juiste (tussentijdse) conclusie over de stabiliteit van de vitale functies en de bedreiging van organen of ledematen;
- Als tussentijds een vervolgactie in gang wordt gezet is er sprake van instabiele vitale functie(s) van de patiënt en trekt de triagist de juiste conclusie daarover;
- Het ABCD(E) veilig stellen moet in principe gebeurd zijn voordat overgegaan wordt tot het vragen naar NAW-gegevens. Soms kan het belangrijk zijn om eerst de verblijfplaats te achterhalen van de patiënt;
- De triagist doet een expliciete ABCD(E)-check wanneer de patiënt niet zelf aan de lijn is;
- Een (deels) impliciete ABCD(E)-check is alleen mogelijk als de patiënt zelf aan de lijn is;
- De triagist start een systematische triage bij de vitale functies;
- In het geval van een presentatie met bijv. Hoofdpijn- en Bewustzijnsstoornissen, Thoracale klachten, Buikklachten, Trauma, Zieke indruk, alsook acuut ontstane klachten en/of heftig beloop is het expliciet uitvragen van de ABCD(E)-criteria aan de orde;
- Bij een aandoening met uiterst kleine kans op ABCD(E)-instabiliteit is, mag de uitvraag zich beperken tot enkele gerichte vragen om de stabiliteit veilig te kunnen stellen;
- Bij hoog-urgente hulpvragen is snelheid van een volledige check van de ABCD(E)-criteria essentieel.
Goedkeurcriteria (Score 4)
- Er is gehandeld zoals beschreven bij ‘optimaal handelen’;
- Er is sprake van een patiëntveilige situatie; indien de ABCD(E)-check op instabiliteit wijst wordt er direct een U1 visite/ambu ingezet.
Afkeurcriteria (Score 1)
- De ABCD(E)-check isonterecht achterwege gelaten;
- De triagist stelt onjuiste vragen ter beoordeling van de ABCD(E)-criteria;
- De triagist trekt de verkeerde conclusiesuit de ABCD(E)-check;
- Ondanks dat de ABCD(E)-check op instabiliteit wijst is er niet direct een U1 visite ingezet;
- Er is sprake van een risicovolle en/of onveilige situatie voor de patiënt.
Score niet van toepassing Deze mogelijkheid is niet van toepassing Instructie auditor Gebruik bij het scoren ook de registratie van de ABCD(E)-bevindingen in het verslag (module 3).
—
punt 4
De triagist geeft voldoende ruimte aan de melder/patiënt om de situatie te beschrijven
Communicatie
Toelichting
Hoewel triage snelheid vraagt, zijn luisteren en ruimte geven aan de melder/patiënt om zijn verhaal te vertellen van cruciaal belang om in korte tijd de benodigde informatie te verzamelen. Ruimte geven betekent open vragen stellen, aanmoedigen en niet oordelen. Onderbreken kan als storend worden ervaren: de melder/patiënt kan dichtklappen of belangrijke informatie achterwege laten. In het ergste geval kan dit leiden tot een situatie waarbij de melder/patiënt niet meer bereid is de informatie te geven die van belang is om tot een goede vervolgactie en urgentie te komen. De triagist maakt tijdens het gesprek de afweging of de ruimte voor de melder/patiënt om zijn verhaal te vertellen (nog) bijdraagt aan het bepalen van de urgentie.
Beschrijving optimaal handelen
- De triagist geeft, als de patiënt ABCD(E)-stabiel is, de melder/patiënt tijd en ruimte om het verhaal te vertellen;
- Als de patiënt ABCD(E)-instabiel lijkt en elke seconde telt, beperkt de triagist de ruimte voor de melder/patiënt en begint zo snel mogelijk met de (semi) gesloten vragen over de ABCD(E)-stabiliteit en gaat zo nodig direct door met vragen gericht op hoge urgenties op basis van de ingangsklacht. In het geval van een ABCD(E) instabiele situatie is minimaal handelen de optimale uitvoering en van levensbelang;
- De triagist laat de melder/patiënt uitpraten en laat merken dat er aandacht is voor hetgeen wordt verteld. Dit is hoorbaar doordat de triagist reageert in de trend van “Vertelt u verder” of “Hm hm”.
Goedkeurcriteria (Score 4)
- Er is voor de situatie gehandeld zoals beschreven bij ‘optimaal handelen’;
- De triagist geeft de patiënt voor de situatie voldoende ruimte om zijn verhaal te vertellen;
- Er is sprake van een patiëntveilige situatie voor de patiënt.
Afkeurcriteria (Score 1)
- Er is door de triagist geen of onvoldoende beeld gevormd van de medische klacht en situatie van de patiënt en de verwachting van de patiënt van de huisartsenpost;
- Er is onvoldoende rekening gehouden met de ABCD(E)-stabiliteit van de patiënt;
- De triagist geeft de patiënt voor de situatie onvoldoende tot geen ruimte om zijn verhaal te vertellen;
- Er is sprake van een risicovolle en onveilige situatie voor de patiënt.
Score niet van toepassing Deze mogelijkheid is niet van toepassing. Instructie auditor Het betreft hier de open oriëntatie in de openingsfase. In een latere fase bij item 18 wordt een beoordeling gegeven van de balans tussen open en gesloten vragen gedurende het gehele gesprek.
—
Punt 5
De triagist achterhaalt en benoemt het (medische) probleem en de ontwikkeling daarvan
Medisch
Toelichting
Het is in het grootste belang van de patiënt om in korte tijd helder te krijgen wat het (medische) probleem, de ontwikkeling van het (medisch) probleem en de situatie van de patiënt is. De informatie is nodig voor het inzetten van de juiste vervolgactie.
Beschrijving optimaal handelen
- De triagist heeft het medische probleem , de ontwikkeling van het medische probleem en toestandsbeeld voldoende uitgevraagd en benoemd aan de patiënt;
- De triagist heeft hierbij aandacht voor hoofd- en bijkomende klachten, mate van acuut, beloop en een eventuele gebeurtenis;
- De triagist heeft de situatie van de patiënt voldoende nagevraagd en benoemd;
- In het geval van een ABCD(E) instabiele situatie is minimaal handelen de optimale uitvoering en van levensbelang.
Goedkeurcriteria (Score 4)
- Er is voor de situatie gehandeld zoals beschreven bij ‘optimaal handelen’;
- Er is sprake van een patiëntveilige situatie.
Afkeurcriteria (Score 1)
- De triagist houdt onvoldoende rekening met de ABCD(E)-stabiliteit van de patiënt en handelt daar niet naar;
- De triagist beschouwt de door melder/patiënt geuite klacht, zonder uit te vragen, als het (medisch) probleem;
- Het is onvoldoende duidelijk hoe de klachten zich de laatste uren hebben ontwikkeld;
- Er is sprake van een risicovolle en/of onveilige situatie voor de patiënt.
Score niet van toepassing Deze mogelijkheid is niet van toepassing.
—
Punt 18
De triagist maakt adequaat gebruik van open en gesloten vragen
Communicatie
Toelichting
De informatie die nodig is voor de urgentiebepaling wordt het best verkregen met een goede balans tussen open en gesloten vragen. Gesloten vragen zijn sturend en geven soms snel duidelijkheid, maar vergroten de kans op sociaal wenselijke of manipulatieve antwoorden. Open vragen leveren veel informatie, en doorgaans meer objectieve informatie op, maar vragen tegelijkertijd de vaardigheid om de melder/patiënt te begrenzen om de relevantie van de verstrekte informatie te waarborgen en de leiding van het gesprek te behouden.
Beschrijving optimaal handelen
- De triagist weet zich met een goede balans tussen het stellen van open en gesloten vragen een zo helder mogelijk beeld van de klacht van de patiënt te vormen;
- De triagist stelt in fase 1 open vragen ter ondersteuning van de open oriëntatie en beeldvorming (toestandsbeeld);
- In fase 2 kunnen soms (semi) gesloten vragen nuttig zijn om de triage te verbijzonderen;
- Is een hoge urgentie in het begin van het gesprek direct hoorbaar dan zijn open vragen niet aan de orde en zal juist op directieve en gesloten wijze de bedreiging van vitale functies worden gecontroleerd;
- Daarnaast moedigt de triagist de melder/patiënt aan door het stellen van open vragen. Er moet duidelijkheid verkregen worden over de aard van de klacht, hoe de klacht is ontstaan en wat het verdere beloop hiervan is. Wat is de reden dat de melder/patiënt contact zoekt met de huisartsenpost voor hulp? Vragen als “Wat kan ik voor u doen?” of “Wat is er aan de hand?” leveren onvoldoende informatie op. In de toon en de aard van de vragen klinkt geen oordeel over wat de triagist van het motief van de melder/patiënt vindt, de houding van de triagist blijft te allen tijde open en sensitief voor signalen van de melder/patiënt
Goedkeurcriteria (Score 4)
- Er is gehandeld zoals beschreven bij ‘optimaal handelen’;
- De triagist gebruikt – in aansluiting op de fase van het gesprek – die vraagstelling die maximaal de kans geeft op de voor de toestand en urgentie relevante informatie;
- Er is sprake van een patiëntveilige situatie.
Afkeurcriteria (Score 1)
- Er is sprake van een risicovolle en onveilige situatie voor de patiënt.
Score niet van toepassing Deze mogelijkheid is niet van toepassing
—
Punt 17
De triagist structureert het gesprek
Communicatie
Toelichting
Een vaste opbouw/structuur van het gesprek ondersteunt de interactie tussen patiënt en triagist. Beiden hebben houvast aan de opbouw die leidt tot een logische uitkomst.
Beschrijving optimaal handelen
De triagist vraagt naar:
- De optimale triageroute heeft als volgorde: 1. Globale vaststelling van het toestandsbeeld, inclusief het veilig stellen van de vitale functies; 2. Verheldering van de intensiteit van de symptomen/triagecriteria aan de hand van een ingangsklacht; 3. Vervolgbeleid of advies op basis van urgentie, contextuele factoren en hulpvraag.
- Indien nodig geeft de triagist expliciet de structuur aan door de stappen/fasen aan te kondigen en met een samenvatting of korte terugkoppeling, af te ronden;
- Als de melder/patiënt uitweidt over zaken die geen bijdrage leveren aan triageroute en –besluit, dan bewaakt de triagist de structuur door gesprekstechnisch op gepaste wijze in te grijpen: ”Ik vat nu eerst samen wat u tot nu toe hebt verteld en zal daarna met u het beleid afspreken”;
- Soms is het nodig dat de triagist teruggaat naar een eerdere gespreksfase. Dit gebeurt nadrukkelijk: “Ik merk dat ik u nog niets gevraagd heb over uw zwangerschap. Ik ga u nu nog enkele vragen daarover stellen”
Goedkeurcriteria (Score 4)
- Er is gehandeld zoals beschreven bij ‘optimaal handelen’;
- De triagist heeft hoorbaar de leiding in het gesprek;
- De triagist zorgt ervoor dat bovengenoemde stappen van de triageroute logisch op elkaar aansluiten;
- Er is sprake van een patiëntveilige situatie.
Afkeurcriteria (Score 1)
- De triagist volgt de optimale triageroute geheel niet;
- De triagist laat meerdere keren in het gesprek de logische volgorde van de fasen onnodig los en gaat onaangekondigd terug naar een eerdere fase;
- De melder/patiënt heeft hoorbaar de leiding in het gesprek;
- Er is sprake van een risicovolle en onveilige situatie voor de patiënt.
Score niet van toepassing Deze mogelijkheid is niet van toepassing
Bij fase 1 van het gespreksmodel horen ook de NAW gegevens.
Persoonsgegevens
Tijdens de triage is het zeer belangrijk dat je het juiste patiëntendossier opent. Een controle van de persoonsgegevens, ook wel NAW (naam, adres, woonplaats), vindt plaats in de eerste fase van het gespreksmodel. Wanneer je dit niet correct uitvoert en er als vervolgactie een visite of ambulance nodig is, bestaat de kans dat deze op het verkeerde adres arriveert. Zorg daarom voor structuur in je vraagstelling.
Voordat je naar de NAW-gegevens gaat, is het belangrijk om een overgangszin te gebruiken, zoals:
‘Ik zou graag eerst uw persoonsgegevens controleren.’
‘Om u verder te helpen heb ik eerst uw persoonsgegevens nodig.’
‘Heeft u voor mij uw BSN, zodat ik uw persoonsgegevens kan controleren?’
Wat is uw BSN-nummer?
Wat is uw geboortedatum?
Wat is uw achternaam?
Op welk adres staat u ingeschreven? Bent u hier op dit moment aanwezig?
Op welk telefoonnummer bent u bereikbaar?
Wie is uw eigen huisarts?

Wanneer je de persoonsgegevens hebt verzameld, is het van belang dat je nadenkt over je vervolgzin, zodat de patiënt begrijpt dat je weer doorgaat naar de situatie.
“Uw persoonsgegevens staan goed in het systeem, u belde voor …”
Welke overgangszinnen gebruik je?
Weet je nu al genoeg? Bedenk goed wat je na de NAW-gegevens nog wilt weten over de ABCD en het toestandsbeeld. Heb je in ieder geval de volgende punten duidelijk?
Waar is iemand?
Wat is er aan de hand?
Wat zijn de klachten?
Is er iets aan voorafgegaan, bijvoorbeeld een trauma? Hoe is het gebeurd?
Hoe laat zijn de klachten begonnen?
Kan iemand vegetatief zijn?
Is iemand ziek? Hoe ziek is iemand? Koorts?
Wat kan iemand nog zelfstandig?
Zijn er nog andere klachten?
Is deze klacht nieuw of al eerder voorgekomen?
Heeft de patiënt al iets gebruikt voor de klachten of zelf iets gedaan?
Urgentie bepalen: welke vragen zijn nog nodig om het toestandsbeeld te verduidelijken?
Pijnstilling
Dagelijkse medicatie
Voorgeschiedenis
NTS
Punten uit de kernset InEen
Punt 1
De triagist verzamelt op een gepast moment de persoons- en verblijfsgegevens
Communicatie
Toelichting
Het verzamelen van persoons- en verblijfsgegevens heeft een praktisch en administratief belang. Hoe hoger de geschatte urgentie, zoals bij ABCD(E)-instabiliteit of andere U1-triagecriteria, hoe sneller deze gegevens moeten worden uitgevraagd om te voorkomen dat de locatie van de patiënt onbekend is wanneer de verbinding wegvalt of de patiënt niet meer kan spreken. In andere gevallen krijgt de melder of patiënt eerst ruimte om het verhaal te vertellen.
Beschrijving optimaal handelen
Elke huisartsenpost bepaalt zelf welke gegevens worden vastgelegd. In ieder geval:
De naam en geboortedatum van de patiënt
Adres en woonplaats van de patiënt
Telefoonnummer van de melder of patiënt
Het verblijfadres van de patiënt
De eigen huisarts van de patiënt
Het moment van uitvragen is afgestemd op de aard en urgentie van het probleem.
Bij ABCD(E)-instabiliteit of U1-criteria worden alleen de noodzakelijke gegevens voor identificatie en opsporing direct uitgevraagd.
Goedkeurcriteria score 4
De gegevens zijn volledig verzameld
De gegevens zijn op een gepast moment verzameld, passend bij urgentie en situatie
Afkeurcriteria score 1
De gegevensverzameling is incompleet
Het moment van uitvragen was ongepast en hield onvoldoende rekening met de urgentie
Score niet van toepassing
Deze mogelijkheid is niet van toepassing
Punt 24
Persoons- en verblijfsgegevens
Verslaglegging
Toelichting
Het noteren van persoons- en verblijfsgegevens is essentieel voor de overdracht naar huisarts of ambulance en heeft een praktisch en administratief belang.
Beschrijving optimaal handelen
De triagist noteert:
- De geboortedatum van de patiënt
- De naam, het adres en de woonplaats van de patiënt
- Het telefoonnummer en adres waar de patiënt zich bevindt
- De naam van de eigen huisarts van de patiënt
Goedkeurcriteria score 4
Er is gehandeld zoals beschreven bij optimaal handelen
Er is sprake van een patiëntveilige situatie
Afkeurcriteria score 1
De verslaglegging komt niet overeen met de gegeven informatie
Er is sprake van een risicovolle en onveilige situatie
Score niet van toepassing
Dit item scoort niet van toepassing als de gegevens geanonimiseerd zijn
–
