Het hanteren van het gespreksmodel

Het gespreksmodel

(Telefonische) triage vormt een cruciaal en kwetsbaar onderdeel van de patiëntenzorg. Het doel van triage is om de patiëntenstroom op een veilige manier te reguleren. Triage is een middel om de (spoed)zorg efficiënt te organiseren en onnodige belasting van hulpverleners te voorkomen. Het belangrijkste doel van triage is een goede balans tussen veiligheid en efficiëntie.

Binnen enkele minuten moet duidelijk zijn of het een urgente situatie betreft. Een verkeerde inschatting kan serieuze consequenties hebben voor de patiënt.

Het gespreksmodel is onderverdeeld in drie fases:

  • Fase 1 (Intake): Openingsfase met de ABCD, deel toestandsbeeld en NAW gegevens
  • Fase 2 (Urgentie bepalen): Verdieping toestandsbeeld, voorgeschiedenis, medicatie, hulpvraag (als deze niet bekend al is in fase 1) en de ingangsklacht
  • Fase 3 (Afronding): De afrondende fase start met een samenvatting van klacht en hulpvraag, gepaste actie (advies, consult, visite, telefonisch contact huisarts of inzet ketenpartners) en sluit je altijd af met een vangnet.

Wanneer je in fase 1 uitkomt op een U1, dan vervalt grotendeels de rest van het gespreksmodel. Denk goed na welke informatie nog noodzakelijk is voor de arts, meldkamer of overige ketenpartner.
Bij elke urgentie is het goed om jezelf de vraag te stellen of de urgentie past bij de situatie, de ABCDE en het toestandsbeeld.

 

Zie pagina 2

 

 

Winkelwagen