Ingangsklacht

Punten van de kernset InEen

punt 7

De triagist kiest de juiste ingangsklacht
Medisch

Toelichting
Er kan sprake zijn van meerdere ingangsklachten. Voor het bepalen van de vervolgactie wordt uitgegaan van de ingangsklacht die zich het snelst kan ontwikkelen tot een klacht met een hoge
(de hoogste) urgentie.

Zo wordt de urgentie het veiligst vastgesteld en worden nieuwe spoedsituaties op een later moment mogelijk voorkomen.


Beschrijving optimaal handelen

  • De triagist kiest de ingangsklacht op basis van een complete en bewuste oriëntatie op de vitale functies, het toestandsbeeld en/of het medisch probleem van de patiënt;
  • De triagist kiest, in geval van ABCD(E)-stabiliteit, die ingangsklacht die de patiënt het meest
    bedreigt;
  • De triagist kiest bij meer ingangsklachten de klacht die kan leiden tot de hoogste urgentie (bijvoorbeeld bij ‘drukkende pijn op de borst’ en ‘braken’ kiezen voor ‘Pijn Thorax’).

Goedkeurcriteria (Score 4)

  • Er is voor de situatie gehandeld zoals beschreven bij ‘optimaal handelen’;
  •  Er is sprake van een patiëntveilige situatie

Afkeurcriteria (Score 1)

  • De triagist kiest geen ingangsklacht, wanneer er wel een relevante ingangsklacht is;
  • De triagist kiest een foutieve ingangsklacht voor het toestandsbeeld;
  • Er is sprake van een risicovolle en onveilige situatie voor de patiënt.

Score niet van toepassing
Deze mogelijkheid is niet van toepassing.

Instructie auditor
– Betrek bij het scoren van dit item ook het verslag, waarin beschreven staat op welke
ingangsklacht de triage primair is gebaseerd.

 

 

punt 8

De triagist stelt de essentiële vragen bij de juiste ingangsklacht
Medisch

Toelichting
De NTS geeft bij de gekozen ingangsklacht(en) opgenomen triagecriteria weer (essentiële vragen) waarmee symptomen die voor de urgentiebepaling belangrijk zijn kunnen worden
beoordeeld. De triagist gaat door met het verhelderen van de criteria (mate van aanwezigheid van symptomen) totdat er een urgentie is bepaald.

Het stellen van vragen voor bepaling een lagere urgentie vervallen daarmee.

De triagist bepaalt op basis van haar eigen (medische) kennis de juiste invulling van de NTS criteria.

Indien een triagist van oordeel is dat een vraag niet essentieel is om te stellen, wordt van dit criterium gemotiveerd afgeweken.

Het stellen van deze vragen maakt dat de triagist de juiste inschatting van de urgentie kan maken.

Dat de triagist zich een oordeel vorm over die triagecriteria die tot een hogere urgentie kunnen leiden.

De bepaling van de juiste urgentie bij de ingangsklacht zorgt voor patiëntveilige zorg.

 

Beschrijving optimaal handelen

  •  De triagist stelt bij de gekozen ingangsklacht voor de urgentiebepaling de essentiële vragen die in de NTS staan vermeld;
  • De triagist bepaalt naar aanleiding van de antwoorden van de melder/patiënt de juiste invulling van de antwoorden op de NTS-criteria. Goed doorvragen kan hierbij noodzakelijk
    zijn;
  • De triagecriteria worden omwille van de efficiëntie uitgevraagd van hoge naar lage urgentie;
  • Nadat de NTS een urgentie heeft aangeboden, bepaalt de triagist of er urgentie beïnvloedende factoren zijn die aandacht behoeven. Zo ja, dan stelt de triagist aanvullende
    vragen.

Goedkeurcriteria (Score 4)

  • Er is voor de situatie gehandeld zoals beschreven bij ‘optimaal handelen’;
  •  Er is sprake van een patiëntveilige situatie

Afkeurcriteria (Score 1)

  • De essentiële vragen zijn niet gesteld die horen bij de gekozen ingangsklacht om de urgentie
    te bepalen;
  • De triagist stelt onjuiste vragen ter beoordeling van de triagecriteria;
  • De essentiële vragen bij de gekozen ingangsklacht zijn niet uitgevraagd van hoge urgentie naar lage urgentie;
  • Er is sprake van een risicovolle en onveilige situatie voor de patiënt.

Score niet van toepassing
Deze mogelijkheid is niet van toepassing.

 

 

punt 10

De triagist komt tot een juiste urgentiebepaling
Medisch

Toelichting
De urgentie is het resultaat van een juist gebruik van de medische triagecriteria, de beleving en de hulpvraag van de patiënt in combinatie met de deskundigheid van de triagist. De urgentie
geeft de snelheid aan waarmee de huisarts iets moet beoordelen. Bij het vaststellen van de urgentie is de NTS een belangrijk hulpmiddel. Ook kan de urgentie bepaald worden in overleg met de arts met regietaken.

 

Beschrijving optimaal handelen

De triagist vraagt naar:

  • De triagist gaat uit van de triagecriteria voor de urgentiecategorieën (van hoog naar laag);
  • De triagist interpreteert de informatie en antwoorden van de melder/patiënt correct;
  • De triagist signaleert alarmsignalen: tweede contact, hevige pijn, angst of onrust of snelle verslechtering van de conditie. Ook contextuele factoren (hoge leeftijd, jonger dan drie
    maanden, zwangerschap, chronisch ziek12, verminderde weerstand (bijvoorbeeld chemotherapie of aids), recente operatie of opname, inconsistent of niet kloppend verhaal),
    het behoren tot een risicogroep en het niet pluis-gevoel van de triagist spelen een rol;
  • De triagist neemt de alarmsignalen mee in de urgentiebepaling;
  •  De triagist beoordeelt de klachten van de patiënt op basis van het acute toestandsbeeld.
  •  Als dat nodig is overrulet de triagist de urgentie die de NTS geeft met een hogere (niet pluisgevoel) dan wel lagere urgentie;
  •  De triagist noteert een onderbouwing in het verslag bij het overrulen van de urgentie die de NTS geeft
  • De triagist zet eigen kennis in om tot een goede urgentiebepaling te komen.

 

Goedkeurcriteria (Score 4)

  • Er is gehandeld zoals beschreven bij ‘optimaal handelen’;
  • Er is sprake van een patiëntveilige situatie.

Afkeurcriteria (Score 1)

  • De triagist neemt het antwoord van de melder/patiënt over zonder eigen kennis in te zetten.
    Met name bij de mate van ziek zijn, pijnscore en mate van benauwdheid kan dit zowel tot een
    te hoge als een te lage urgentie leiden;
  • De triagist vraagt niet door als het antwoord van de melder/patiënt onvoldoende informatie
    bevat om tot een goede urgentiebepaling te kunnen komen;
  • De triagist betrekt alarmsignalen niet in de urgentiebepaling;
  • Er is sprake van een risicovolle en/of onveilige situatie voor de patiënt.

Score niet van toepassing
Deze mogelijkheid is niet van toepassing.

 

punt 18

De triagist maakt adequaat gebruik van open en gesloten vragen
Communicatie

Toelichting
De informatie die nodig is voor de urgentiebepaling wordt het best verkregen met een goede balans tussen open en gesloten vragen.

Gesloten vragen zijn sturend en geven soms snel duidelijkheid, maar vergroten de kans op sociaal wenselijke of manipulatieve antwoorden.

Open vragen leveren veel informatie, en doorgaans meer objectieve informatie op, maar vragen tegelijkertijd de vaardigheid om de melder/patiënt te begrenzen om de relevantie van de
verstrekte informatie te waarborgen en de leiding van het gesprek te behouden.


Beschrijving optimaal handelen

  • De triagist weet zich met een goede balans tussen het stellen van open en gesloten vragen
    een zo helder mogelijk beeld van de klacht van de patiënt te vormen;
  • De triagist stelt in fase 1 open vragen ter ondersteuning van de open oriëntatie en
    beeldvorming (toestandsbeeld);
  • In fase 2 kunnen soms (semi) gesloten vragen nuttig zijn om de triage te verbijzonderen;
  • Is een hoge urgentie in het begin van het gesprek direct hoorbaar dan zijn open vragen niet aan de orde en zal juist op directieve en gesloten wijze de bedreiging van vitale functies
    worden gecontroleerd;
  • Daarnaast moedigt de triagist de melder/patiënt aan door het stellen van open vragen. Er moet duidelijkheid verkregen worden over de aard van de klacht, hoe de klacht is ontstaan en
    wat het verdere beloop hiervan is. Wat is de reden dat de melder/patiënt contact zoekt met de huisartsenpost voor hulp? Vragen als “Wat kan ik voor u doen?” of “Wat is er aan de hand?”
    leveren onvoldoende informatie op. In de toon en de aard van de vragen klinkt geen oordeel over wat de triagist van het motief van de melder/patiënt vindt, de houding van de triagist
    blijft te allen tijde open en sensitief voor signalen van de melder/patiënt

Goedkeurcriteria (Score 4)

  • Er is gehandeld zoals beschreven bij ‘optimaal handelen’;
  • De triagist gebruikt – in aansluiting op de fase van het gesprek – die vraagstelling die maximaal de kans geeft op de voor de toestand en urgentie relevante informatie;
  • Er is sprake van een patiëntveilige situatie.

Afkeurcriteria (Score 1)

  • Er is sprake van een risicovolle en onveilige situatie voor de patiënt.

Score niet van toepassing
Deze mogelijkheid is niet van toepassing

 

 

Punt 25

Ingangsklacht waarop de triage berust en de antwoorden op daarbij horende triagecriteria

Toelichting
Het noteren van de ingangsklacht en de antwoorden bij de daarbij horende triagecriteria maken dat het overdragen van de melder/patiënt patiëntveilig gedaan wordt.

Beschrijving optimaal handelen

  • De triagist registreert:
    1. De uitkomst van de ABCD(E)-check;
    2. De gekozen ingangsklacht(en) waarop de triage berust;
    3. De urgentiecode die is bepaald met behulp van de NTS.

Goedkeurcriteria (Score 4)

  • Er is gehandeld zoals beschreven bij ‘optimaal handelen’;
  • Er is sprake van een patiëntveilige situatie.

Afkeurcriteria (Score 1)

  • De informatie in de verslaglegging stemt niet overeen met de antwoorden van de patiënt;
  • Er is sprake van een risicovolle en onveilige situatie voor de patiënt

Score niet van toepassing
Deze mogelijkheid is niet van toepassing

 

Winkelwagen