
U1 urgentie: Levensbedreigend. Vitale functies zijn instabiel en in gevaar. Beoordeling zo snel als mogelijk.
Criteria
- Ernstige hypoglykemie vermoed
- Apathisch ( AVPU niet ‘Alert’) en glucose =>15mmol en afhankelijk van insuline
- Matig kortademig en gebruik insuline
Uitleg criteria
Diabetische ontregeling
Iemand die diabetes heeft kan een te hoge of een te lage glucosespiegel hebben. Dit heet een ontregeling van de diabetes. Er kunnen verscheidene oorzaken zijn: te veel of te weinig insuline, te veel of te weinig eten, overgeven. Ook te veel of te weinig inspanning en infecties kunnen een ontregeling van de diabetes in beweging zetten. Waarden beneden de 3,5 mmol/l wijzen op een hypoglykemie (“hypo”), waarden boven de 15 mmol/l op een hyperglykemie (“hyper”). Zowel een te hoge als een te lage glucosewaarde geeft klachten en kan tot coma leiden. Als niet duidelijk is of de patiënt een hypo- of een hyperglykemie heeft en hij niet bewusteloos is, ga er dan bij de advisering van uit dat de glucosewaarde te laag is.

Ernstige hypoglykemie vermoed
Klachten die kunnen wijzen op een hypoglykemie zijn honger, hoofdpijn, angst, trillen, zweten, gapen/vermoeidheid, duizelig, beven, verwardheid, humeurig of hartkloppingen. Bij ernstige hypoglykemie kan bewusteloosheid kan optreden. Een bewusteloze patiënt die niets kan eten, moet snel een injectie met glucagon of glucose krijgen. Spoed is vereist, omdat bewusteloosheid door een te lage glucosespiegel in korte tijd tot hersenbeschadiging en de dood kan leiden. Oorzaken van te lage bloedsuikerwaarden zijn een overdosering insuline of tabletten of, bij normaal gebruik van tabletten of insuline, te weinig voedselopname en/of overmatige lichamelijke inspanning. Soms is opname nodig voor observatie. Met name voor patiënten die tabletten gebruiken voor de diabetes, de hypoglykemie kan dan terugkomen.
Braken én kortademigheid én gebruik van Insuline
Er bestaat een risico op ketoacidose. Ketoacidose is een aandoening waarbij het bloed ‘verzuurt’. Dit gebeurt wanneer er onvoldoende insuline beschikbaar is om de glucose in het bloed om te zetten in brandstof voor het lichaam. Als gevolg hiervan begint het lichaam andere energiebronnen, zoals opgeslagen vetten, te gebruiken. Bij de afbraak van vetten ontstaan ketonen, die de verzuring van het bloed veroorzaken. Ketoacidose is een ernstige aandoening, omdat het kan leiden tot uitval van lichaamsfuncties. Om deze reden wordt het als een U1-urgentietype beschouwd.
Braken
Braken bij diabetes zorgt mogelijk voor ontregeling van de bloedsuiker bij een diabetes patiënt. Braken is een krachtige peristaltische beweging van het bovenste deel van het spijsverteringskanaal, tegen de natuurlijke richting in. Het is een effectieve manier van het lichaam om zich te ontdoen van de ongewenste inhoud van de maag en/of het bovenste deel van de darm na het eten van bedorven voedsel, bij een maag-darminfectie, maagretentie of een ileus. Braken wordt meestal veroorzaakt door een gastro-enteritis (buikgriep). Braken zonder misselijkheid kan een teken zijn van een ernstige aandoening. Er zijn dan vaak ook andere symptomen.
Kortademig
Een (te snelle) ademhaling die veel inspanning kost of het gevoel van te weinig lucht binnen te krijgen. Moeite met ademhalen.
Hevig = Kan geen 5 woorden achtereen zeggen zonder naar lucht te happen. Moet rechtop zitten (kan niet liggen door de kortademigheid). Kind: steunende, kreunende ademhaling betekent hevig kortademig.
Matig = Gebruik van hulpademhalingsspieren. Kan niet meer dan een aantal meters lopen zonder op adem te moeten komen.
Gering = (gevoel van) lichte benauwdheid, geen gebruik van hulpademhalingsspieren
Normale ademfrequentie in rust per minuut:
- > 12 jaar: 15-20
- 5-12 jaar: 20-25
- 2-5 jaar: 25-30
- 1-2 jaar: 25-35
- < 1 jaar: 30-40
Apathisch (AVPU niet alert) en glucose = >15mmol en afhankelijk van insuline
A: alerte reactie, V: reactie op aanspreken, P: reactie op schudden of pijnprikkel, U: geen reactie.
Patiënt is niet alert en de bloedsuiker is hoger dan 15 mmol/l terwijl patiënt insuline gebruikt.
