Communicatie tips die horen bij de ingangsklacht Duizeligheid:
Als er sprake is van uitvalsverschijnselen/coördinatiestoornissen of een verdenking hierop, dan altijd vragen passend bij BEFAST uitvragen:
B Balance. Kan iemand nog zelfstandig staan en/of lopen? Is iemand duizelig? Is er een ‘dronkenmansloop’?
E Eyes. Hoe is het zicht? Ziet iemand alles nog normaal? Is er sprake van dubbelzien (diplopie)?
F Face. Hoe ziet het gezicht eruit? Is er sprake van een afhangende mondhoek? Hoe zien de oogleden eruit?
A Arms. Kan iemand beide armen recht vooruit strekken zonder dat er een arm zakt?
S Speech. Spreekt iemand normaal? Praat iemand met dubbele tong? Kan iemand op alle woorden komen?
T Time. Wat is het tijdstip waarop de klachten zijn ontstaan? Wanneer zijn de klachten ontdekt? Bij uitval na slapen; Hoe laat is iemand gaan slapen? Is iemand in de rustperiode wakker geweest? Was er toen sprake van uitvalsverschijnselen?
- Kan iemand de duizeligheid beschrijven? Aard, ernst, duur, frequentie en overige klachten?
- Is er sprake van coördinatiestoornissen? – Bijvoorbeeld: valt iemand alsmaar op zij of kan iemand geen kopje met zijn hand naar zijn mond brengen?
- Hoe reageert iemand?
- Heeft patiënt hoofdpijn? Zo ja in welke mate en heeft iemand eerder zulke hoofdpijn gehad?
- Heeft de patiënt het gevoel dat zijn/haar hartslag anders is dan anders? Bijvoorbeeld overslaand, versneld of juist te traag?
- Is er iets veranderd aan het zicht? Of is er sprake van oogklachten?
- Is iemand aan het overgeven? Zo ja hoe vaak en sinds wanneer?
- Is er recent sprake geweest van een schedeltrauma? – Zo ja wanneer en wat is er gebeurd?
- Valt de patiënt onder de risicogroep? Denk hierbij aan: Ouder dan 65, diabeet, beroerte of andere hart en vaatziekte in de voorgeschiedenis of gebruik van bloedverdunners.* Onthoud altijd, stel 1 vraag per keer. Wij hebben ze hier per onderwerp gebundeld.
